Ga direct naar inhoud
Daar ga je van UIT
vandaag: zondag 12 juli 2020
Snel naar:

Freek de Jonge

Freek de Jonge wordt op 30 augustus 1944 te Eenrum, gemeente Westernieland, geboren. Op zijn elfde staat Freek voor het eerst op het podium. Daar, op het toneel, voelt hij zich onmiddellijk thuis, wat niet van de school gezegd kan worden. Freek kan zich moeilijk concentreren, blijft regelmatig zitten en houdt zich voornamelijk bezig met het treiteren van leraren.

In 1965 vertrekt Freek naar Amsterdam om te gaan studeren. Hij schrijft zich in voor de studie Culturele Antropologie, maar van studeren komt niet veel. De Jonge besteedt zijn energie liever aan optreden. Ondertussen leert hij Jop Pannekoek kennen. Jop regelt regelmatig optredens voor Freek en brengt hem in contact met Bram Vermeulen. Samen met Johan Gertenbach vormen ze het trio Cabariolet. Een erg groots succes zijn de voorstellingen van dit gezelschap niet. Bram en Freek gaan vanaf dat moment als duo verder; Neerlands Hoop in Bange Dagen. In de zomer van 1969 gaat hun eerste avondvullend programma in première: Dutch Music & Comedy Show, Neerlands Hoop in Bange Dagen.

In 1980 speelt Freek de Jonge in Carré zijn eerste solovoorstelling: De Komiek. Was Neerlands Hoop een breuk met de cabarettraditie, met De Komiek breekt hij dwars door de grenzen van het genre heen. Freek zweert het losse-nummer-cabaret af en introduceert de zogenaamde ‘rode draad’ in zijn voorstellingen: een verhaal dat de hele voorstelling doorloopt en waarnaar De Jonge iedere keer nadat hij over een bepaald onderwerp is uitgeweid weer behendig weet terug te keren. Daar komt bij dat hij die ‘rode draad’ niet zozeer vertelt, maar eerder speelt. De voorstellingen vanaf De Komiek tot en met De Bedevaart (1985) kunnen dan ook misschien beter als drama dan als cabaret omschreven worden. Tekenend hiervoor is dat ze allemaal integraal in boekvorm zijn uitgegeven. Vanaf De Pretentie (1987) worden de voorstellingen weer minder hecht. De Jonge wil niet het gevoel krijgen dat hij zichzelf imiteert en slaat een nieuwe weg in. De ‘rode draad’ is meestal nog wel aanwezig, maar deze is niet langer het belangrijkste gegeven binnen de voorstelling. Ze wordt een handige kapstok voor uitweidingen in verhaal- of liedvorm, die zelf nauwelijks meer met die ‘rode draad’ in verband staan.

Freek De Jonge maakte eerder al twee films De Illusionist (1983) en De Komediant (1986), nu begint hij met het schrijven van romans. In interviews vergelijkt Freek het maken van cabaret met snorkelen en het schrijven van romans met diepzeeduiken. Zijn debuut, Zaansch Veem, verschijnt in 1987. Later volgen Neerlands bloed (1991) en Opa’s wijsvinger (1993). Verder duikt Freek ook op als televisiepresentator, is hij tijdelijk te beluisteren op een 06-lijn en bereikt hij in de zomer van 1997 de eerste plaats in de Nederlandse hitparade met het nummer ‘Leven na de dood’.

In 1999 gaat De Jonge weer een nieuwe uitdaging aan. Hij besluit om in een jaar tijd tien voorstellingen te gaan maken onder de verzamelnaam De Grens. In deze programma’s laat Freek alle vormen van cabaret die hij sinds 1968 heeft gemaakt, de revue passeren. Na tweeëndertig jaar blijkt Freek de Jonge nog altijd bevangen door de magie van het theater, van de mogelijkheid telkens opnieuw te kunnen beginnen. Daarbij wordt hij geholpen door zijn vrouw, Hella de Jonge, en de muzikale duizendpoot Robert Jan Stips. De eerste is al vanaf het begin van zijn solocarrière voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor het decor, licht en kostuums. En verder wordt Freek de Jonge natuurlijk zijn hele leven lang al voortgedreven door de enige echte onuitputtelijke motor achter zijn gehele carrière: de lach.

Deel via social media